Veel muzikanten spelen op de tast. Dat werkt prima totdat je vastloopt, de weg kwijtraakt tijdens een jam, of die ene melodie in je hoofd maar niet op je instrument krijgt. Dat is het moment waarop muziektheorie het verschil kan maken.
Zie theorie niet als een verzameling strenge regels, maar als de 'ondertiteling' van muziek. Zodra je die taal spreekt, verandert er iets bijzonders. Want het verschil tussen noten spelen en écht muziek maken? Dat is begrijpen wat je doet.
Door middel van het begrijpen van de muziek en het trainen van je gehoor wordt je een betere muzikant.
Je leer dieper luisteren naar de muziek, waardoor je sneller snapt en herkent wat er gebeurt.
Je kan je creativiteit makkelijker omzetten in klanken, je snapt eerder welke knoppen je moet indrukken om een bepaald gevoel op te roepen.
Je krijgt meer zelfvertrouwen in het spelen, door niet meer te gokken, maar precies te weten wat je doet.
Doel: Dit onderwerp sluiten we af met een toets, in de lessen krijg je oefeningen, en in de reader vind je een oefentoets en alle benodigde theorie.
Je vult 8 maten van een 4/4 maatsoort met noten (geen rusten)
Je ritme is opgebouwd uit de onderstaande bouwstenen
Je bepaalt zelf de moeilijkheidsgraad.
Veel kwart- en achtsten noten zijn gemakkelijk, steeds andere bouwstenen is moeilijk.
Bedenk per 2 maten een slagvlak. Klappen, stampen enz.
Optioneel: Bedenk eenvoudige bewegingen ( bv van laag naar hoog klappen, om je as draaien, door je knieën en weer terug) bij iedere maat (of 2 maten)
Je zorgt dat je volgende week je eigen ritme kan spelen
Volgende week gaan we de ritmes in canon uitvoeren.
Opdracht kwintencirkel
Volgende week krijg je een lege kwintencirkel die jij moet gaan invullen
Doel dat je weet welke toonsoorten welke mollen/kruizen heeft
Dat je weet wat de parallel toonsoorten zijn